Toegankelijkheidsmenu

Column: Scholen radeloos over mobieltjes, docenten radeloos over ‘de experts’

Woensdag 15 juni 2011 - gepubliceerd door webredactie om 08:00

Hebben scholen écht een probleem met het gebruik van mobiele telefoons in de klas? Of is er een verandering gaande, die niet alleen zijn weerslag heeft op het onderwijs, maar ook op de maatschappij? Een andere kijk op het gebruik van mobiele telefoons en sociale media in het onderwijs.

Door Johan Gielen

In de Radio 1-uitzending van 30 mei jl. kwam Liesbeth Hop, woordvoerster van de Nationale Academie voor Media en Maatschappij, aan het woord. Daarin zei ze, dat scholen radeloos blijken te zijn over het gebruik van mobieltjes in de klas. Dat bleek uit onderzoek, dat de Nationale Academie voor Media en Maatschappij onder 120 basisscholen en middelbare scholen had uitgevoerd. In de uitzending schetste Liesbeth Hop verschillende problemen en angstbeelden die kleven aan het gebruik van smartphones in de klas.

Innovatie
Als havo/vwo-docent constateer ik echter geen enkel probleem bij de smartphone, maar juist bij de innovatie van het onderwijs. Duidelijk is dat er een verandering gaande is in het onderwijs en de maatschappij als geheel. Technologie heeft alle eeuwen een enorme invloed gehad op de cultuur en dat is nu niet anders. De smartphone als hoogwaardige technologie in ieders broekzak of tas. Het kan zo mooi zijn: connectiviteit, alle kennis onder direct handbereik en een ondersteuning bij talloze doelen (there’s an app for that!). Op individueel niveau maakt de moderne mens dan ook buitengewoon veel gebruik van deze ‘broekzaktechnologie’, maar de aansluiting bij het bestaande onderwijssysteem lijkt in de praktijk van vandaag te ontbreken.

Kwaliteit
Redenen van de radeloosheid op scholen zijn volgens Liesbeth Hop de afleiding door Facebook en Twitter met bijbehorende concentratieproblemen en de verschrikkelijke angst van de docent om op You Tube te belanden. Bijvoorbeeld op het moment waarop hij of zij iemand de klas uitstuurt.
Het gebruik van mobieltjes in de klas wordt misbruik genoemd door de Nationale Academie voor Media en Maatschappij. Het verstoort de lessen en de kwaliteit van het onderwijs. En de kwaliteit van het onderwijs is een hot issue de laatste tijd. En dat hebben ze bij de Academie voor Media en Maatschappij ook goed begrepen.

Overleven
Laten we het eens omdraaien: de verslechterde kwaliteit van het onderwijs wordt onder andere aangetoond door het onvermogen en wantrouwen jegens deze nieuwe technologie in de klas. Flexibiliteit, vertrouwen op kennis en kunde als docent, educatie breder zien dan de gestelde competenties is immers ver te zoeken. Het onderwijs als geheel lijkt in een kramp te zitten, waarbij het terugvalt in een strategie van overleven in plaats van ruimte te vormen voor ontwikkeling en onderzoek. Rapporten zoals die van Liesbeth Hop en haar organisatie ‘De Nationale Academie voor Media en Maatschappij’ lijken vooralsnog weinig hoop te bieden op verandering. Met uitspraken als ‘smartphones blijken zelfs te worden ingezet als wapens tegen leeftijdsgenoten en onderwijzend personeel’ zullen scholen nog minder snel geneigd zijn om de potentie van deze broekzaktechnologie in te zetten.

Twitter
In mijn lessen wordt Twitter gebruikt. Via een apart Twitteraccount communiceer ik op een laagdrempelige manier met m’n leerlingen. Daarbij geldt één afspraak: ‘alles wat op Twitter wordt gezegd of gebeurt, blijft in de context van Twitter’. Het geeft hen de vrijheid om te spijbelen én te twitteren – mochten ze dat willen – en mij de vrijheid om mijn lessen aan te vullen met hyperlinks en andere lesinhoudelijke informatie, vragen te stellen of opdrachten te verduidelijken. Daarnaast maak ik nog gebruik van andere vormen van technologie zoals Tumblr en hebben de leerlingen ook gezamenlijk een eigen blog waarop zij diverse dingen kunnen delen.

Docent als expert
Het vasthouden aan een bepaalde structuur mag in het onderwijs niet ten koste gaan van het bereiken en activeren van leerlingen. De angst voor technologie in het onderwijs, die door het verschenen rapport lijkt te worden gevoed, is zeer onterecht. Opportunistische ‘mediacoaches’ creëren een nieuwe markt. Elke docent met een iPhone of een profiel op Twitter of Hyves is expert genoeg om met simpele toepassingen het technologische kapitaal in zijn klas te activeren. En deze mensen zijn in elk docententeam te vinden. Ik pleit ervoor dat scholen zelf de individuele technologie gaan omarmen en implementeren. Het kapitaal dat alle smartphones in een klas samen vormen, is in tijden van bezuiniging een uitgelezen kans. Alle geschetste problemen ten spijt, een smartphone blijft een onovertroffen apparaat met onuitputtelijke mogelijkheden en daarom bij uitstek geschikt voor educatie.

Johan Gielen is docent film & media in het middelbaar onderwijs, zelfstandig media-educator en Masterstudent Art and Education aan het Piet Zwart Instituut Rotterdam. Op http://themediumis.johnleegain.nl/ blogt Johan over zaken die hem opvallen in het onderwijs en de media.

Zie ook:
-  bericht ’mobiele telefoons op scholen: kans of bedreiging?‘ d.d. 30 mei 2011
-  Kennisnetpublicatie ‘Leren met je mobiel
Overzicht Kennisnetpublicaties

Reacties (7)

Uw reactie op bovenstaand bericht:
  1. Tip: voor het toevoegen van een persoonlijke afbeelding bij je reactie, zie Gravatar.com

  1. 23 juni 2011 om 23:15 uur

    Adrie de Herdt LiO Stagiair Pedagogiek zegt:

    Geweldig stuk Johan en ik kan mij er helemaal in vinden. Mag ik je vragen om hierover ook eens op mijn blog te kijken: http://scholierenzelfverdediging.nl/blog/?cat=3
    Het valt mij inderdaad op hoe bang iedereen is voor het gebruik van smartphones. Ik ben al 50 jaar oud maar ik heb zoveel praktisch zeer doeltreffende toepassingen mee mogen maken dat ik volkomen om ben. Helaas merk ik dat zelfs de helft jongere klasgenoten van mij een aversie hebben tegen smartphones in de klas. Jammer en een gemiste kans.

    Adrie de Herdt

  2. 23 juni 2011 om 13:12 uur

    Johan Gielen zegt:

    Nog een korte toevoeging;

    ik zou graag op een constructieve manier naar dit onderwerp willen kijken. Wellicht ontbreekt er in mijn stuk nog teveel een concrete toepassing, graag zou ik willen vragen of lezers voorbeelden hebben van concreet toegepaste projecten waarbij de genoemde ‘broekzaktechnologie’ ingezet wordt.

    Zoals ik al zei, in mijn eigen lessen is het gebruik voornamelijk van praktische aard. Maar Kennisnet zelf en de Waag hebben bijvoorbeeld ook een aantal zeer uitgebreide en innoverende projecten met deze technologie gedaan in het onderwijs. Wellicht dat dat tot inspiratie kan leiden in plaats van frustratie.

  3. 23 juni 2011 om 13:01 uur

    Johan Gielen zegt:

    Een toelichting op de reacties.

    vooraf aan Hannes Minkema:
    ik wens niet ‘op te rotten’ naar mijn klaslokaal, Mijnheer Minkema. Daarnaast kijk ik heus naar ‘me eige’ en zou ik vraag die vraag ook aan u willen stellen vanwege uw schofferende afsluiting van uw reactie.
    De reden dat ik toch reageer is dat ik graag de discussie wil voeren.

    Allereerst zal ik het “spijbelen” toelichten: zoals je kunt lezen in de bijzin is dit een voorbeeld in extremo. Het gaat erom dat de leerlingen hun twitteraccount ook persoonlijk gebruiken. Ik wil geenszins inbreuk maken op hun vrijheid om te twitteren wat ze willen, en om twitter inzetbaar te maken in mijn les is er dus een protocol nodig. Hierbij geef ik het meest extreme voorbeeld, dat wanneer mijn leerlingen als ‘afwezig’ of ‘ziek’ in magister staan, en ik via twiter verneem dat ze een hamburger bij de mac eten, ik ze niet via twitter terecht zal roepen. Duidelijk moet zijn dat ik als docent niet de rol van ‘luistervink’ of ‘verklikker’ heb met het medium twitter. Ik keur spijbelen dus NIET goed (wellicht is het een ongelukkige formulering).

    Verder gaat het hier niet om plasma televisies of TomTom’s. Het gaat hier om een technologie die (ook) bij de leerlingen in een grote mate hun leven vormgeeft. Het gebruik van een smartphone om te communiceren, beeld te maken, te publiceren en informatie op te vragen is explosief gestegen in de laatste 5 jaar. Dit is de reden dat ik wil kijken naar welke mogelijkheden deze technologie biedt in het onderwijs en om aansluiting te vinden met de leerlingen die hier zo veelvuldig gebruik van maken.
    De vergelijking met een tomtom gaat niet op, ik zou de vergelijking eerder willen maken met de uitvinding van de boekdrukkunst. Het gebruik van boeken als drager van kennis. Het paradigma hiervan is aan het verschuiven door de technologie, hoe je het ook went of keert. Dat is wat ik wil zeggen hier.
    Ik bepleit dus niet dat het gehele onderwijs direct moet overstappen op het gebruik van smartphones in de klas. Ik bepleit vooral niet dat Dhr. Minkema dat zal moeten doen. Wat ik wel zeg is dat de tijden veranderen door technologie, en dat het tijd wordt dat het onderwijs zichzelf ook gaat innoveren. ICT is sinds de jaren ’80 al via verschillende stimuleringsregelingen ingevoerd, maar dit gaat verder dan een ICT-infrastructuur. Dit gaat over de technologische omgeving van jongeren ook in de klas te gebruiken teneinde kennisoverdracht en ontwikkeling te bewerkstelligen.
    Zoals ik al zei dat in elk docententeam wel een docent te vinden is die mag vertrouwen op zijn eigen kennis en enthousiasme voor de smartphone en het zijn juist deze docenten die ik wil aanmoedigen om hiermee te experimenteren in hun lessen en binnen hun mogelijkheden.

    Verder heb ik het allergrootste respect voor de docenten die het onderwijs maken tot wat het is, onder de geldende arbeidsvoorwaarden, tijdsdruk en alle andere factoren die het vaak tot een behoorlijk zware taak maken. Wanneer ik het heb over hoe het onderwijs in een kramp zit, spreek ik hierin ook absoluut niet de individuele docenten aan. Wel is het een algemeen geldende opinie dat het onderwijs beter kan. Er zijn voldoende betrouwbare rapportages en theorievormingen die dit punt kunnen onderbouwen.

    Als laatste aan Dhr. Minkema, als docent zijnde -naar ik aanneem- zou ook u kunnen weten dat de kortste weg niet altijd de beste is. (en zelden de weg waarop men het meeste leert).

    mvg
    Johan

  4. 23 juni 2011 om 11:13 uur

    WJ Slaats zegt:

    Zie mijn blog over dit onderwerp “Over horloges, mobieltjes en onderwijs”

    http://wjslaats.blogspot.com/2011/06/over-horloges-mobieltjes-en-onderwijs.html

  5. 23 juni 2011 om 11:01 uur

    Marten Hoffmann zegt:

    De reactie van Minkema komt recht uit het hart en kan ik me goed voorstellen. De tekst van Johan Gielen heeft op mij een vergelijkbare uitwerking als op Minkema. En dan gaat het vooral om teksten als “De verslechterde kwaliteit van het onderwijs wordt onder andere aangetoond door het onvermogen en wantrouwen jegens deze nieuwe technologie in de klas…” en “Het onderwijs lijkt als geheel in een kramp te zitten, …”. Ook ik ervaar deze teksten als niet-onderbouwde neerbuigende generalisaties jegens docenten van wie de ervaringen met smartphones nog niet echt positief te noemen zijn.

    Natuurlijk is het denkbaar dat je smartphones (en andere technologie) zinvol in de klas inzet. Johan Gielen zegt dat hij dat zelf tot tevredenheid heeft doorgevoerd. Dat is prima maar geeft hem geen vrijbrief om met zoveel dédain te spreken over anderen die hier (nog) niet toe over zijn gegaan.

    Er komt nog iets bij: het is m.i. niet aan Gielen om spijbelen te faciliteren, maar dat zal wel weer een achterhaalde mening van een verkrampte leraar zijn.

    Aan mevrouw Hop moeten we zo min mogelijk aandacht geven. Die is volgens mij alleen maar bezig om haar “mediacoaches” werk te bezorgen.

  6. 23 juni 2011 om 10:35 uur

    Redactie zegt:

    Beste Hannes,

    Bedankt voor uw reactie. Om even duidelijk te maken: de column is geschreven door Johan Gielen, docent film & media, niet door Kennisnet. Het is wel nogal kort door de bocht om te zeggen dat Kennisnet niet naar de didactische waarde van technologieën kijkt. Uw mening komt in elk geval duidelijk over en we zijn benieuwd hoe andere leerkrachten hierover denken.

  7. 23 juni 2011 om 10:17 uur

    Hannes Minkema zegt:

    Dit is Kennisnet, dus het valt te voorspellen: ze zijn voor het gebruik van computers in het onderwijs, in welke vorm en voor welk doel dan ook. Maar dat is onzin. Zijn we ook voor het gebruik van plasmatelevisies in het onderwijs? Voor het gebruik van navigatiesystemen à la Tomtom in het onderwijs? Voor het gebruik van digitale videocamera’s in het onderwijs? Welnee. Of een stuk techonologisch vernuft een plek verdient in het onderwijs, is aan de hoofd- en eindverantwoordelijke ter bepaling. Oftewel aan de leraar. Niet aan Kennisnet.

    Je kunt net zo goed bepleiten dat de chirurg of de strafpleiter gebruik moet maken van mobiele media. Laatste stand van zaken en zo. Oneindige, wereldwijde database aan informatie, aan protocollen en aan jurisprudentie. Maar zullen we dat niet aan de chirurg en de strafpleiter zelf overlaten? Die weten het het beste of een apparaatje hun werk bevordert of hindert. En als het hun hindert, ‘ontbreekt dan de aansluiting op het huidige medische systeem’?

    Zo is het ook met leraren. Of leerlingen een apparaatje in de les nodig hebben, maak ik wel uit. De maat der dingen is niet of zij dat nodig vinden, of een spelcomputer ‘nodig vinden’, of een mp3-speler ‘nodig vinden’, maar of ik dat vind.

    Dat zelfs een spelcomputer of een mp3-speler af en toe Reuze Handig kan zijn, wil ik best geloven. Dat betekent echter nog niet of ik dat *nodig* heb. Er zijn meer wegen die naar Rome leiden, en mijn wegen zijn korter.

    Kortom, Johan, rot op naar je eigen klaslokaal met je smartphones, je ‘laagdrempelige communicatie’ en je ‘vrijheid om te spijbelen’. Ik laat me geen ‘kramp’ aanpraten. Kijk naar je eige.

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Tweets basisonderwijs en leerkracht